CRvB 27 oktober 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2644

De Raad volgt de staatssecretaris in zijn standpunt dat appellant zich schuldig heeft gemaakt aan wangedrag. De Raad volgt echter appellant in zijn standpunt dat de straf van ontslag te zwaar is. Het voorgaande maakt naar het oordeel van de Raad dat de aard en de ernst van de verweten gedragingen in dit geval de disciplinaire straf van ontslag niet kunnen rechtvaardigen. Hieruit volgt dat het hoger beroep slaagt. De aangevallen uitspraak wordt daarom vernietigd, met uitzondering van de veroordelingen van de staatssecretaris tot betaling van een schadevergoeding aan appellant en tot betaling van de proceskosten van appellant. De Raad zal, doende wat de rechtbank zou behoren te doen, het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaren en dat besluit vernietigen. Dat betekent dat de staatssecretaris een nieuwe beslissing op het bezwaar moet nemen en het ontslagbesluit van 16 februari 2017 moet herroepen. Aanleiding bestaat de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de kosten van appellant voor verleende rechtsbijstand in beroep en in hoger beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen