Art. 2:191a BW, Besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
Burgerlijk Wetboek Boek 2 (BW2)
1. Storting op een aandeel moet in geld geschieden voor zover niet een andere inbreng is overeengekomen.
2. Voor of bij de oprichting kan storting in een andere geldeenheid dan die waarin het nominale bedrag van de aandelen luidt slechts geschieden, indien de akte van oprichting vermeldt dat storting in een andere geldeenheid is toegestaan. Na de oprichting kan dit slechts geschieden met toestemming van de vennootschap, tenzij de statuten anders bepalen.
3. Met storting in een andere geldeenheid dan die waarin de nominale waarde luidt wordt aan de stortingsplicht voldaan voor het bedrag waartegen het gestorte bedrag vrijelijk kan worden gewisseld in de geldeenheid waarin de nominale waarde luidt. Bepalend is de wisselkoers op de dag van de storting.
4. In afwijking van lid 1 kan bij oprichting bij elektronische notariële akte geen andere inbreng dan in geld overeen worden gekomen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Huydecoper 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4595
- Hof Amsterdam 15 juli 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:2081
- Rb. Rotterdam 21 september 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BT2414
- Rb. Den Haag 21 oktober 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:12376
- Conclusie A-G Langemeijer 18 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BM1674
- CBb 12 april 2022, ECLI:NL:CBB:2022:170