CBb 12 april 2022, ECLI:NL:CBB:2022:170
Accountantstuchtrecht. Appellante is registeraccountant. Zij heeft onjuiste documenten ter beschikking gesteld aan de bank ter verkrijging van een financiering van € 3.100.000,- voor de bouw van een restaurant. Daarnaast heeft zij later – toen zij enig bestuurder was van de BV die het restaurant zou gaan exploiteren - onjuiste gegevens bij de Kamer van Koophandel gedeponeerd voor wat betreft het gestorte aandelenkapitaal in deze BV. Daardoor heeft zij in ernstige mate gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen van professionaliteit, van integriteit en van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Zij heeft daarmee het vertrouwen in het accountantsberoep op zeer ernstige wijze geschaad. Het College acht, evenals de accountantskamer, de opgelegde maatregel van doorhaling en de daaraan verbonden termijn van vijf jaren passend en geboden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl