Art. 2:131 BW, Het bestuur van de naamloze vennootschap en het toezicht op het bestuur
Burgerlijk Wetboek Boek 2 (BW2)
De rechtbank, binnen welker rechtsgebied de vennootschap haar woonplaats heeft, neemt kennis van alle rechtsvorderingen betreffende de overeenkomst tussen de naamloze vennootschap en de bestuurder, daaronder begrepen de vordering bedoeld bij artikel 138 van dit Boek, waarvan het bedrag onbepaald is of € 25.000 te boven gaat. Dezelfde rechtbank neemt kennis van verzoeken als bedoeld in artikel 671b en artikel 671c van Boek 7 betreffende de in de eerste zin genoemde overeenkomst. De zaken, bedoeld in de eerste en tweede volzin, worden niet behandeld en beslist door de kantonrechter.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 7 oktober 2022, ECLI:NL:OGEAM:2022:63
- Rb. Rotterdam 26 november 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:11703
- Rb. Rotterdam 24 oktober 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:8775
- Rb. Overijssel 6 juni 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:2109
- Rb. Oost-Brabant 27 september 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:6259
- Rb. Gelderland 17 mei 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:2463
- Rb. Dordrecht 3 februari 2010, ECLI:NL:RBDOR:2010:BL2214
- Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 12 mei 2021, ECLI:NL:OGEAM:2021:54