Art. 5 Ub Vpb
Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 (Ub Vpb)
1. De aangifte als bedoeld in artikel 25a, tweede lid, van de wet wordt gedaan binnen drie jaren na afloop van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven.
2. Ingeval binnen de in het eerste lid bedoelde termijn van drie jaren hetzij een uitnodiging tot het doen van aangifte is uitgereikt of toegezonden hetzij de inspecteur is verzocht om een uitnodiging tot het doen van aangifte, wordt die termijn verlengd tot het einde van de door de inspecteur ingevolge artikel 9, eerste tot en met derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen gestelde of verlengde termijn.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Zeeland-West-Brabant 1 maart 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:1236
- HR 22 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3264
- Rb. Zeeland-West-Brabant 22 december 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:8200
- Conclusie A-G WATTEL 28 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV1420
- Conclusie A-G Wattel 8 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU4755
- Hof 's-Hertogenbosch 30 december 2010, ECLI:NL:GHSHE:2010:BQ1535
- Hof Amsterdam 29 maart 2000, ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7708