Art. 4:66 BW, De omvang van de legitieme portie
1. Voor de toepassing van deze afdeling worden giften gewaardeerd naar het tijdstip van de prestatie, behoudens het in de volgende leden bepaalde. Met een mogelijkheid dat de erflater de gift had kunnen herroepen wordt geen rekening gehouden.
2. Giften waarbij de erflater zich het genot van het geschonkene gedurende zijn leven heeft voorbehouden, en andere giften van een voordeel bestemd om pas na zijn overlijden ten volle te worden genoten, worden geschat naar de waarde onmiddellijk na zijn overlijden. Hetzelfde geldt voor giften van prestaties die de erflater bij zijn overlijden nog niet had verricht, met dien verstande dat met deze giften, evenals met de uit dien hoofde nagelaten schulden, geen rekening wordt gehouden voor zover de nalatenschap niet toereikend is. Een gift die bestaat in de aanwijzing van een begunstigde bij sommenverzekering, wordt in aanmerking genomen tot haar waarde overeenkomstig artikel 188 leden 2 en 3 van Boek 7.
3. Giften, bestaande in de vervreemding van een goed door de erflater tegen verschaffing door de wederpartij van een aan het leven van de erflater gebonden recht, worden gewaardeerd als een gift van dat goed, verminderd met de waarde van de door de erflater ontvangen of hem bij zijn overlijden nog verschuldigde prestaties, voor zover deze niet bestonden in genot van dat goed.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Vlas 22 december 2023, ECLI:NL:PHR:2023:1190
- Hof Den Haag 8 september 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2721
- Rb. Noord-Nederland 22 oktober 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:5188
- Rb. Dordrecht 5 december 2007, ECLI:NL:RBDOR:2007:BC0103
- Conclusie A-G de Bock 20 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:278
- Hof Arnhem-Leeuwarden 20 december 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:10950
- Rb. Zeeland-West-Brabant 10 december 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:9002
- Rb. Overijssel 19 juni 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:3198
- Rb. Noord-Nederland 5 februari 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:610
- Rb. Noord-Nederland 30 mei 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:1951
- Rb. Noord-Holland 13 april 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:4021
- Rb. Limburg 20 december 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:7535
- Rb. Limburg 12 juli 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:6763
- Rb. Amsterdam 22 februari 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BV9571
- Conclusie A-G de Bock 20 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:277
- Conclusie A-G Wissink 6 december 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1326
- Hof Den Haag 3 februari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:431
- Hof Arnhem-Leeuwarden 25 augustus 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:5491
- Hof Arnhem-Leeuwarden 14 juli 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4549
- Hof Arnhem-Leeuwarden 16 april 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:BZ7960