Rb. Dordrecht 5 december 2007, ECLI:NL:RBDOR:2007:BC0103
Erfrechtelijk geschil tussen twee zussen omtrent erfdeel van eiseres uit nalatenschap van vader en haar legitieme portie uit de nalatenschap van moeder. Erfgenamen van vader zijn zijn echtgenote en hun kinderen (partijen en hun broer). Het testament van vader bevat een ouderlijke boedelverdeling ex art. 4:1167 BW. Na het overlijden van vader doet moeder meerdere schenkingen/giften aan gedaagde, haar broer en diens zonen. Bij haar testament heeft moeder eiseres uitgesloten van haar nalatenschap. De kinderen van de vooroverleden broer zijn bij plaatsvervulling opgekomen in de nalatenschap van moeder. Eiseres heeft ter zake van haar erfdeel in de nalatenschap van vader niets ontvangen. De nalatenschap van moeder is negatief. Verwerping van beroep op verjaring cq. verval en rechtsverwerking ter zake van de vaststelling van de omvang van het erfdeel in de nalatenschap. Waardering van de bestanddelen van diens nalatenschap. In dat kader dient op grond van een natuurlijke verbintenis van moeder ten opzichte van haar zoon de door deze bewoonde woning in bewoonde staat te worden gewaardeerd. Waardering van de (negatieve) nalatenschap van moeder en de door deze aan gedaagde, de broer en hun kinderen gedane schenkingen ter vaststelling van de omvang van de legitieme portie van eiseres. Privé-aansprakelijkheid van gedaagde voor schulden van de nalatenschap van moeder omdat zij als vereffenaar van die nalatenschap ernstig is tekort geschoten in de vervulling van haar verplichtingen en haar ter zake daarvan een verwijt kan worden gemaakt (art. 4:184 lid 2 sub c BW). Vernietigbaarheid van schenkingen/giften van moeder aan gedaagde op grond van actio pauliana en de gevolgen daarvan. Onrechtmatige daad van gedaagde jegens eiseres verworpen. Recht op inkorting ter voldoening van de legitieme portie van eiseres. Verhaal op broer en zijn zonen is onmogelijk. Eiseres voor inkorting derhalve volledig aangewezen op giften aan gedaagde.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 237 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 239 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 21 SW
- Artikel 68a Overgangswet NBW
- Artikel 69 Overgangswet NBW
- Artikel 4:15 BW4
- Artikel 4:66 BW4
- Artikel 4:67 BW4
- Artikel 4:69 BW4
- Artikel 4:89 BW4
- Artikel 4:184 BW4
- Artikel 4:198 BW4
- Artikel 4:203 BW4
- Artikel 6:96 BW6
- Artikel 6:162 BW6
- Artikel 7:268 BW7
- Artikel 3:45 BW3
- Artikel 3:200 BW3