Art. 4:47 BW, Uiterste wilsbeschikkingen in het algemeen
Burgerlijk Wetboek Boek 4 (BW4)
Wanneer de uitvoering van een beschikking, anders dan als gevolg van een na het overlijden van de erflater ingetreden omstandigheid, blijvend onmogelijk is, vervalt de beschikking, zonder dat een andere beschikking daarvoor in de plaats mag worden gesteld, tenzij de wet het tegendeel bepaalt, of uit de uiterste wil zelf is af te leiden dat de erflater die andere beschikking zou hebben gemaakt, wanneer hem de onmogelijkheid bekend was geweest.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Valk 14 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:444
- Conclusie A-G Lückers 13 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:407
- Hof 's-Hertogenbosch 27 juli 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:2362
- Rb. Rotterdam 25 mei 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BQ6199
- Rb. Oost-Brabant 19 maart 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:1833
- Rb. Limburg 18 december 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:9454
- Rb. Limburg 7 augustus 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:5313
- Rb. Den Haag 22 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:12784
- Conclusie A-G De Vries Lentsch-Kostense 8 februari 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BY2595
- Conclusie A-G De Vries Lentsch-Kostense 12 juli 2013, ECLI:NL:PHR:2013:111
- Hof 's-Hertogenbosch 23 september 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:2572
- Hof 's-Hertogenbosch 22 februari 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:538
- Hof 's-Gravenhage 12 juli 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:BR2391
- Hof 's-Gravenhage 27 april 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:BA6357
- Hof Den Haag 9 december 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2957
- Hof Amsterdam 17 juni 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:1578