Hof Amsterdam 17 juni 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:1578
Uitleg/aanvulling van de uiterste wilsbeschikking. Samenwoners met kind. Meer dan 30 jaar durende affectieve relatie waaruit een kind is geboren. Bij opmaken van uiterste wilsbeschikking gingen erflater en zijn partner ervan uit dat zij niet samen kinderen zouden krijgen. Uitvoering van de uiterste wilsbeschikking van erflater (de erfstelling van zijn partner) is blijvend onmogelijk geworden door de geboorte van hun kind. Het hof is van oordeel dat uit de uiterste wil van erflater valt af te leiden dat hij een andere beschikking had gemaakt als voormelde onmogelijkheid hem bekend was geweest. Uit de bewoordingen van de uiterste wil kan worden afgeleid dat erflater voor dat geval de klaarblijkelijke bedoeling had zijn kind en zijn partner als zijn erfgenamen achter te laten. Artikelen 4:46 BW en 4:47 BW.
De uitspraak op rechtspraak.nl