Art. 4:49 BW, Uiterste wilsbeschikkingen in het algemeen
Burgerlijk Wetboek Boek 4 (BW4)
1. Een ten laste van een erfgenaam gemaakt legaat van een bepaald goed, of van een op een bepaald goed te vestigen recht, vervalt indien het goed bij het openvallen van de nalatenschap daartoe niet behoort, tenzij uit de uiterste wil zelf is af te leiden dat de erflater de beschikking niettemin heeft gewild.
2. Kan in laatstgenoemd geval degene op wie de verplichting rust, zich het gelegateerde goed niet of slechts ten koste van een onevenredig grote opoffering verschaffen, dan is hij gehouden de waarde van het goed uit te keren.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt een goed geacht niet tot de nalatenschap te behoren, indien de erflater tot overdracht van het goed verplicht was en deze verbintenis niet met zijn dood is tenietgegaan.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Arnhem-Leeuwarden 30 april 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:3037
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 23 mei 2022, ECLI:NL:OGEAC:2022:372
- Hof 's-Hertogenbosch 8 januari 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:BY8210
- Rb. Rotterdam 24 mei 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:4415
- Rb. Noord-Nederland 15 maart 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:959
- Rb. Limburg 7 augustus 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:5313
- Rb. Haarlem 13 juni 2007, ECLI:NL:RBHAA:2007:BA7339
- Rb. Gelderland 7 mei 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:2716
- Rb. Den Haag 21 september 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:9670
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 juni 2024, ECLI:NL:OGHACMB:2024:90
- Hof 's-Gravenhage 27 april 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:BA6357
- Hof Den Haag 9 december 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2957
- Hof Arnhem-Leeuwarden 8 februari 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:954
- Hof Arnhem-Leeuwarden 22 september 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7099
- Hof Amsterdam 14 april 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1041
- Hof Amsterdam 29 maart 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:968