Art. 10 WBRV, Maatstaf van heffing en berekening van belasting
Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBRV)
De waarde van aandelen en rechten, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, is gelijk aan de waarde van de goederen als bedoeld in artikel 2, welke door die aandelen of rechten middellijk of onmiddellijk worden vertegenwoordigd, met dien verstande dat de waarde van de goederen, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel y, buiten beschouwing blijft.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 10 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ7580
- Conclusie A-G IJzerman 21 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:854
- Conclusie A-G Groeneveld 15 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO3184
- Rb. Noord-Holland 2 december 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:10664
- Rb. Gelderland 23 januari 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:292
- Hof Amsterdam 15 maart 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:1131
- Rb. Noord-Holland 3 oktober 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:12843
- HR 21 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:650
- Hof 's-Hertogenbosch 20 september 2005, ECLI:NL:GHSHE:2005:AU4321
- Hof Leeuwarden 20 december 2011, ECLI:NL:GHLEE:2011:BU9077