Hof 's-Hertogenbosch 20 september 2005, ECLI:NL:GHSHE:2005:AU4321

Op 18 september 2002 is aan belanghebbende de naheffingsaanslag opgelegd ter zake van de levering op de overdrachtsdatum van fictieve onroerende zaken als bedoeld in artikel 4 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (hierna: de Wet), berekend naar een verkrijging van € 4.537.802,= (ƒ 10.000.000,=). Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen: 1. Is bij de overdracht van de aandelen in de vennootschap op 31 maart 2001 voldaan aan de exploitatie-eis van artikel 4, lid 1, onderdeel a, van de Wet, met name aan het criterium "dienstbaar zijn"? 2. Is voldaan aan het hoofdzakelijkheidscriterium van artikel 4, lid 1, onderdeel a, van de Wet? 3. Indien beide vragen bevestigend worden beantwoord, dient dan artikel 10 van de Wet aldus te worden uitgelegd dat als maatstaf voor de heffing slechts de waarde van gebouw A in aanmerking moet worden genomen?

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen