Art. 5 LV, Voorzieningen ter regeling van arbeidsvoorwaarden
1. Onze Minister kan, op gezamenlijk verzoek van een of meer werkgevers of verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers enerzijds en een of meer verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid van werknemers anderzijds, voor een bij zijn besluit te bepalen tijdvak van ten hoogste twee jaar te hunnen aanzien regelingen vaststellen van dezelfde inhoud als een collectieve arbeidsovereenkomst. Deze regelingen kunnen echter geen bepalingen behelzen als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten (Stb. 1937, 801).
2. Alvorens aan het eerste lid toepassing te geven stelt Onze Minister organisaties van werkgevers en van werknemers, welke naar zijn oordeel op centraal niveau hiervoor in aanmerking komen, in de gelegenheid hem hun zienswijze ter zake kenbaar te maken.
3. Onze Minister wijst een verzoek als bedoeld in het eerste lid niet af zonder de verzoekers in de gelegenheid te hebben gesteld hem hun bedenkingen daartegen kenbaar te maken.
4. Regelingen, vastgesteld krachtens het eerste lid, hebben dezelfde rechtskracht als een tussen verzoekers geldende collectieve arbeidsovereenkomst.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 8 juni 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:147
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 20 november 2015, ECLI:NL:OGHACMB:2015:27
- Rb. Rotterdam 13 juni 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:4273
- Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba) 16 mei 1994, ECLI:NL:ORBBNAA:1994:BU4894
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 10 maart 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:20
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 13 april 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:19
- Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 29 maart 2018, ECLI:NL:OGEAM:2018:12
- Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 7 april 2014, ECLI:NL:OGEAM:2014:3
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 10 juli 2026, ECLI:NL:OGEAC:2026:151
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 28 april 2025, ECLI:NL:OGEAC:2025:77
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 12 november 2012, ECLI:NL:OGEAC:2012:BY3841
- Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 6 april 2016, ECLI:NL:OGEABES:2016:10
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 9 september 2026, ECLI:NL:OGEAA:2026:238
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 23 september 2024, ECLI:NL:OGEAA:2024:211
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 29 november 2021, ECLI:NL:OGEAA:2021:690
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 21 oktober 2021, ECLI:NL:OGEAA:2021:649
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 22 september 2021, ECLI:NL:OGEAA:2021:532
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 9 november 2020, ECLI:NL:OGEAA:2020:569
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 9 november 2020, ECLI:NL:OGEAA:2020:568
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 18 december 2019, ECLI:NL:OGEAA:2019:821