Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 8 juni 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:147
In deze zaak spelen in wezen twee vragen: 1. Of de beroepen tegen uitspraken op bezwaar tegen de naheffingsaanslagen winstbelasting voor de jaren 2008 en 2009 ontvankelijk zijn en 2. Of de inspecteur bevoegd was om het door belanghebbende gedane tax holiday-verzoek af te doen, en als dat het geval is, of de inspecteur het verzoek terecht heeft afgewezen. Ten aanzien van de ontvankelijkheid stelt het Hof vast dat belanghebbende te laat beroep heeft ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar tegen de naheffingsaanslagen winstbelasting 2008 en 2009, maar dat dit komt omdat zij de uitspraken op bezwaar pas heeft ontvangen na overschrijding van de beroepstermijn. Belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij na de ontvangst van de uitspraken op bezwaar niet zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs van haar kon worden verlangd alsnog beroep heeft ingesteld. Ten aanzien van het door belanghebbende gedane tax holiday-verzoek oordeelt het Hof dat de inspecteur bevoegd was om het verzoek af te doen en dat de inspecteur het verzoek terecht heeft afgewezen, omdat niet voldaan is aan de vereisten zoals bepaald in de Landsverordening ter bevordering van de bedrijfsvestiging en hotelbouw om in aanmerking te komen voor een tax holiday. Het beroep van belanghebbende op het gelijkheidsbeginsel faalt volgens het Hof.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 3 AWR
- Artikel 1 LV
- Artikel 4 LV
- Artikel 5 LV
- Artikel 6:9 Awb
- Artikel 13a Wet geldstelsel BES
- Artikel 8.92 Belastingwet BES
- Artikel 8.95 Belastingwet BES
- Artikel 8.101 Belastingwet BES
- Artikel 8.103 Belastingwet BES
- Artikel 8.115a Belastingwet BES
- Artikel 8.115b Belastingwet BES
- Artikel 8.116b Belastingwet BES
- Artikel 5.1 Uitvoeringsbesluit Belastingwet BES
- Artikel 5.3 Uitvoeringsbesluit Belastingwet BES