Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 23 september 2024, ECLI:NL:OGEAA:2024:211

Belanghebbende heeft op 14 februari 2023 haar aangifte Toeristenheffing (hierna: TH) ingediend over de maand januari 2023 met een verschuldigd bedrag aan TH van Afl. 519.662,73. Het bedrag aan TH is berekend op basis van de ontvangen vergoedingen, belast tegen een tarief van 12,5%. Belanghebbende is in bezwaar gekomen tegen de eigen aangifte. In geschil is de vraag wat het belastbare feit/heffingsmoment is voor de TH en of sprake is van in rechte te honoreren opgewekt vertrouwen Het Gerecht is van oordeel dat door de Inspecteur een toezegging is gedaan jegens belanghebbende, te weten dat in het geval de reservering of boeking, alsmede de betaling vóór 1 januari 2023 hebben plaatsgevonden voor een verblijf ná 1 januari 2023, kan worden volstaan met een TH van 9,5% over de vergoeding die de logeergast in 2022 heeft betaald voor het gebruik van de logements- of hotelruimte. Naar het oordeel van het Gerecht heeft belanghebbende de uitlatingen van de Inspecteur redelijkerwijs mogen begrijpen als een toezegging waaraan zij een in rechte te honoreren vertrouwen heeft kunnen ontlenen. Voor wat betreft het tijdstip waarop het opgewekt vertrouwen eindigt, zijn partijen het erover eens dat het opgewekte vertrouwen op 8 februari 2023 door een e-mail is beëindigd, dat wil zeggen na ommekomst van de maand januari 2023, zijnde het tijdvak waarop het belastbaar feit ziet. De slotsom is dat de belasting die op aangifte is voldaan voor de maand januari 2023 verminderd dient te worden naar een bedrag van Afl. 399.790.35, resulterende in een teruggaaf van Afl. 119.872,38. De vraag wat het belastbare feit/heffingsmoment is voor de TH behoeft geen nadere beantwoording.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken