Art. 1:446 BW, Onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen
Burgerlijk Wetboek Boek 1 (BW1)
1. Voor zover de kantonrechter niet anders bepaalt, wordt bij het afleggen van de periodieke rekening en verantwoording hetgeen de goederen netto aan vruchten hebben opgebracht, onder aftrek van de verschuldigde beloning, aan de rechthebbende uitgekeerd. Op verzoek van de rechthebbende kan de kantonrechter andere tijdstippen voor de uitkering vaststellen.
2. Bij zijn eindrekening en verantwoording draagt de bewindvoerder alle goederen af aan hem die na hem tot het beheer der goederen bevoegd is. De bewindvoerder is bevoegd de afdracht op te schorten tot de voldoening van een hem toekomend saldo.
3. Wordt de rekening en verantwoording aan de kantonrechter afgelegd, dan blijven, tenzij de kantonrechter anders bepaalt, de netto-opbrengst of de af te dragen goederen onder het bewind van de bewindvoerder, totdat de rechthebbende tot de ontvangst in staat is of de onzekerheid, wie rechthebbende is, is opgeheven.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Leeuwarden 10 oktober 2007, ECLI:NL:GHLEE:2007:BB5298
- Rb. Zutphen 8 december 2010, ECLI:NL:RBZUT:2010:BQ0437
- Rb. Midden-Nederland 1 december 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:6481
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 7 juli 2022, ECLI:NL:OGEAC:2022:174
- Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 1 oktober 2018, ECLI:NL:OGEABES:2018:33
- Hof 's-Gravenhage 31 januari 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:AZ8357
- Hof Leeuwarden 30 november 2005, ECLI:NL:GHLEE:2005:AU8195