Art. 1:442 BW, Onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen
1. Heeft iemand als bewindvoerder een rechtshandeling verricht, dan richten de rechten en verplichtingen van de wederpartij zich naar hetgeen dienaangaande is bepaald in titel 3 van Boek 3. Regels die de bevoegdheid van een bewindvoerder betreffen en feiten die voor een oordeel omtrent zijn bevoegdheid van belang zijn, kunnen niet aan de wederpartij worden tegengeworpen, indien deze daarmee niet bekend was of had behoren te zijn.
2. De rechthebbende is, onverminderd het bepaalde in artikel 172 van Boek 6, aansprakelijk voor alle schulden die voortspruiten uit rechtshandelingen die de bewindvoerder in zijn hoedanigheid in naam van de rechthebbende verricht. Wanneer hij onder bewind staande goederen aanwijst die voor de schuld voldoende verhaal bieden, is hij niet verplicht de schuld ten laste van zijn overige vermogen te voldoen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 3 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:105
- Rb. Gelderland 5 juni 2013, ECLI:NL:RBGEL:2013:CA2469
- Hof 's-Hertogenbosch 5 december 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:5946
- Hof Arnhem-Leeuwarden 13 oktober 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:8416
- Rb. Rotterdam 29 december 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:12358
- Rb. Noord-Holland 17 juni 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:4308
- Rb. Den Haag 19 oktober 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:10739
- Rb. Den Haag 17 november 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:13408
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 28 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX7462
- Hof 's-Hertogenbosch 16 april 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1035
- Hof 's-Hertogenbosch 5 december 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:5945
- Hof 's-Hertogenbosch 13 december 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BY6126
- Hof 's-Hertogenbosch 13 december 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BY6118