Hof 's-Hertogenbosch 5 december 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:5946
Rekening en verantwoording bewindvoerder. Het hof gaat voorbij aan de stelling van de bewindvoerder dat op grond van een uitspraak van de Raad van State d.d. 17 juli 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:382 ) in een geschil tussen de bewindvoerder en het bestuur van de raad voor rechtsbijstand, de bestreden beschik¬king dient te worden vernietigd en het hof dient te oordelen dat de in die uitspraak genoemde vennootschap (in plaats van de bewindvoerder) wordt veroor¬deeld tot terugbetaling van een bedrag aan de rechthebbenden. Het hof wijst het verzoek van de bewindvoerder af om op grond van voornoemde uitspraak van de Raad van State de bewindvoerder niet-ontvankelijk te verklaren in de 43 bij het hof aanhangige zaken, waaronder de onderhavige zaak. Verweer artikel 149 Rv juncto artikel 284 Rv: de rechter moet feiten, die door de ene partij zijn gesteld en door de andere partij niet of niet voldoende zijn betwist, als vaststaand aannemen. Deze regel is in rekestzaken van overeenkomstige toepassing. Het hof is evenwel van oordeel dat in het onderhavige geval de aard van de zaak zich ertegen verzet dat de rechter gebonden is aan het uitblijven van betwisting van de door de bewindvoerder gestelde feiten (artikel 362 Rv). Omvang en bevoegdheden, alsmede toezichthoudende taak van de rechter in het kader van onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen. Het is de rechter die in individuele gevallen toezicht houdt op het bewind alsmede op het functioneren van de bewindvoerder. In dat kader kan de rechter correcties aanbrengen in de rekening en verantwoording en de verplichting opleggen het te veel in rekening gebrachte terug te betalen. In de uitoefening van zijn toezichthoudende taak kan de rechter goedkeuring (op onderdelen) onthouden aan de rekening en verantwoording die ingevolge artikel 1:445 lid 1 BW ten overstaan van hem wordt afgelegd. Het hof legt verder de toets aan of het inschakelen van een advocaat en het maken van advocaatkosten in het belang van de rechthebbende gerechtvaardigd is. Het hof ziet in de bijzondere aard van de onderhavige procedure geen aanleiding om een proceskostenveroordeling uit te spreken noch te bepalen dat de proceskosten worden gecompenseerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl