Art. 1:395b BW, Levensonderhoud
Heeft de rechter het bedrag bepaald, dat een ouder of stiefouder dan wel, overeenkomstig artikel 394, de verwekker of de persoon die in artikel 394 daarmee gelijk is gesteld ter zake van de verzorging en opvoeding van zijn minderjarig kind of stiefkind moet betalen en is deze verplichting tot aan het meerderjarig worden van het kind van kracht geweest, dan geldt met ingang van dit tijdstip de rechterlijke beslissing als een tot bepaling van het bedrag ter zake van levensonderhoud en studie als in artikel 395a van dit boek bedoeld.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Arnhem-Leeuwarden 8 juni 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:4859
- Rb. Zutphen 2 juni 2006, ECLI:NL:RBZUT:2006:AX7718
- Rb. Haarlem 5 september 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BX7239
- HR 21 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1534
- HR 29 augustus 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2105
- Hof Den Haag 13 april 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:650
- Hof Den Haag 6 september 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2720
- Hof Arnhem-Leeuwarden 13 oktober 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:8416
- Hof Arnhem-Leeuwarden 21 april 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:3438
- Hof Arnhem-Leeuwarden 27 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1742
- Hof Amsterdam 9 december 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:3397
- Hof Amsterdam 26 oktober 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:3315
- Rb. Zwolle 23 december 2002, ECLI:NL:RBZWO:2002:AF2552
- Rb. Zeeland-West-Brabant 1 oktober 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6687
- Rb. Zeeland-West-Brabant 12 maart 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:1144
- Rb. Rotterdam 11 mei 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:4516
- Rb. Rotterdam 14 juni 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:4579
- Rb. Rotterdam 5 november 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:10505
- Rb. Noord-Nederland 8 februari 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:1408
- Rb. Noord-Holland 22 mei 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:5621