Art. 1:398 BW, Levensonderhoud
1. Wanneer hij die tot levensonderhoud verplicht is, buiten staat is het daartoe vereiste geld op te brengen, kan de rechtbank bevelen, dat hij de bloed- of aanverwant, aan wie hij levensonderhoud verschuldigd is, bij zich in huis zal nemen en aldaar van het nodige voorzien.
2. Ouders zijn steeds bevoegd de rechter te verzoeken hun toe te staan zich van hun onderhoudsplicht jegens hun behoeftig meerderjarig kind op de in het eerste lid omschreven wijze te kwijten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Almelo 28 april 2010, ECLI:NL:RBALM:2010:BM3388
- Rb. Alkmaar 29 september 2010, ECLI:NL:RBALK:2010:BO6090
- Conclusie A-G Langemeijer 22 februari 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC3299
- Hof 's-Hertogenbosch 8 april 2004, ECLI:NL:GHSHE:2004:AO7699
- Hof Amsterdam 15 januari 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:114
- Hof Amsterdam 17 april 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BA4102