Art. 15 AWBZ, De aanspraken
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)
1. Zorgverzekeraars sluiten schriftelijke overeenkomsten met zorgaanbieders die zorg kunnen verlenen waarop ingevolge artikel 6 aanspraak bestaat.
2. De duur van een overeenkomst bedraagt maximaal vijf jaar.
3. Met zorgaanbieders die vormen van zorg verlenen als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, worden wat deze vormen van zorg betreft geen overeenkomsten gesloten.
4. Indien na beëindiging van een overeenkomst voor een bepaalde vorm van zorg door een zorgverzekeraar geen aansluitende overeenkomst voor die vorm van zorg met dezelfde zorgaanbieder tot stand komt, behoudt de verzekerde, zolang die zorg noodzakelijk is, jegens de zorgverzekeraar aanspraak op ononderbroken voortzetting van die vorm van zorg, te verlenen door dezelfde zorgaanbieder, wanneer die zorg is aangevangen voor de datum waarop de overeenkomst met die zorgaanbieder voor die desbetreffende vorm van zorg is beëindigd.
5. Gedurende de tijdelijke voortzetting van de zorg, bedoeld in het vierde lid, gelden tussen de zorgverzekeraar en de zorgaanbieder de voorwaarden van de overeenkomst waaronder de zorg aan de in het vierde lid bedoelde verzekerde is aangevangen.
6. De zorgverzekeraar die een overeenkomst sluit als bedoeld in artikel 10, eerste lid, met een zorgaanbieder buiten het Europese deel van Nederland stelt de zorgautoriteit daarvan in kennis. De zorgverzekeraar is gehouden desgevraagd aan de zorgautoriteit of aan een door deze aangewezen persoon kosteloos een afschrift van de gesloten overeenkomst te overleggen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Arnhem-Leeuwarden 20 december 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:10247
- Rb. 's-Gravenhage 4 februari 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BH1818
- Conclusie A-G Niessen 15 december 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1435
- Conclusie A-G Niessen 15 december 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1438
- CBb 24 juni 2015, ECLI:NL:CBB:2015:196
- Rb. Gelderland 21 maart 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:1425
- Hof Arnhem-Leeuwarden 8 december 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:10184
- Hof Amsterdam 24 december 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:3636
- Rb. Noord-Nederland 6 juni 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:3329
- Conclusie A-G Wattel 27 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:982
- Hof Den Haag 3 april 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:553
- Hof Amsterdam 10 januari 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ2275
- CBb 30 december 2009, ECLI:NL:CBB:2009:BL5633
- Rb. 's-Gravenhage 14 september 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BN8615
- Rb. 's-Gravenhage 29 december 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK7665
- Rb. 's-Gravenhage 6 april 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BA3297
- Rb. Noord-Nederland 6 juni 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:3331
- Rb. Noord-Nederland 6 juni 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:3327
- Rb. Noord-Holland 19 juli 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:6401
- Rb. Noord-Holland 25 oktober 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:9044