Art. 56 UW, Slotbepalingen
1. In gevallen waarin krachtens deze wet een beslissing omtrent de vrijheidsbeneming kan of moet worden genomen, kan worden bevolen dat die vrijheidsbeneming voorwaardelijk wordt opgeschort of geschorst totdat de officier van justitie overeenkomstig artikel 36 in kennis is gesteld van de beslissing van Onze Minister waarbij de uitlevering is toegestaan. De te stellen voorwaarden mogen alleen strekken ter voorkoming van vlucht.
2. Op bevelen krachtens het vorige lid gegeven door de rechtbank, dan wel door de rechter-commissaris, zijn de artikelen 80 - met uitzondering van het tweede lid - en 81-88 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Amsterdam 29 april 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BR1335
- Rb. Den Haag 16 oktober 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:13766
- HR 26 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1735
- Hof 's-Hertogenbosch 23 juli 2003, ECLI:NL:GHSHE:2003:AI1092
- Hof Arnhem 16 juni 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BU3095
- Hof Arnhem-Leeuwarden 31 juli 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:7022
- Hof Amsterdam 13 november 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:4267
- Hof Amsterdam 1 juli 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:5801
- Hof Amsterdam 20 januari 2006, ECLI:NL:GHAMS:2006:AV6832
- Rb. Rotterdam 5 februari 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:1206
- Rb. Den Haag 13 januari 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:2344
- Rb. Amsterdam 3 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3809
- Conclusie A-G Paridaens 27 augustus 2024, ECLI:NL:PHR:2024:825
- Hof Den Haag 2 juli 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1283
- Hof Arnhem-Leeuwarden 29 juli 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:5750
- Hof Amsterdam 11 februari 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:5793