Hof 's-Hertogenbosch 23 juli 2003, ECLI:NL:GHSHE:2003:AI1092

In dit verband merkt het hof op dat, anders dan wordt gesuggereerd in de aangehaalde memorie van toelichting, de rechter op grond van het bepaalde in de artikelen 56, tweede lid Uitleveringswet juncto 82, eerste lid Wetboek van Strafvordering, te allen tijde ambtshalve of op vordering van het Openbaar Ministerie de opheffing van de schorsing kan bevelen, ook indien de voorwaarden niet zijn overtreden. 1.5. Op grond van het vorenstaande is het hof van oordeel dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het haar in casu vrijstond bij de verlenging van de uitleveringsdetentie de schorsing van die detentie te gelasten. 2.1. Thans dient de vraag te worden besproken of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat er termen tot schorsing van de uitleveringsdetentie onder de door haar gestelde voorwaarden aanwezig zijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen