Hof Arnhem 16 juni 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BU3095

Schadevergoeding uitleveringsdetentie bij toelaatbaarverklaring. Het hof stelt vast dat in de procedure op grond van de Uitleveringswet de uitlevering van appellant aan Marokko toelaatbaar is verklaard. Daaraan doet het vonnis van de voorzieningenrechter van 28 april 2010 (zie beschikking) niet af. Noch de tekst van de wet noch de Memorie van Toelichting geven steun aan de opvatting van (de raadsvrouw van) appellant dat het begrip “rechterlijke verklaring van ontoelaatbaarheid” extensief dient te worden uitgelegd. Nu er geen sprake is van een geval waarin de uitlevering bij rechterlijk gewijsde ontoelaatbaar is verklaard in de zin van artikel 59, eerste lid, van de Uitleveringswet, is appellant niet ontvankelijk in zijn verzoek tot toekenning van een vergoeding voor de schade die hij als gevolg van het ondergaan van de uitleveringsdetentie heeft geleden. De beslissing waarvan beroep is bevestigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen