Art. 198 Mijnreglement 1964, De luchtverversing in de ondergrondse werken
1. De hoeveelheid lucht en de snelheid van de luchtstroom moeten zodanig zijn, dat het vrijkomende mijngas zo snel mogelijk voldoende wordt verdund en afgevoerd.
2. Het meer dan 10° doen dalen van de luchtstroom is alleen toegestaan met inachtneming van door Onze Minister te stellen nadere regelen.