Art. 83b ZFW, De invloed van de verzekering op het Burgerlijk recht
1. Behoudens toepassing van het derde lid, eerste volzin, heeft een ziekenfonds voor de krachtens de verzekering gemaakte kosten verhaal op degene, die in verband met het veroorzaken van het in artikel 83a bedoelde feit jegens de verzekerde naar burgerlijk recht tot schadevergoeding is verplicht, doch ten hoogste tot het bedrag, waarvoor deze bij het ontbreken van de aanspraken krachtens de verzekering naar burgerlijk recht aansprakelijk zou zijn, verminderd met een bedrag, gelijk aan dat van de schadevergoeding tot betaling waarvan de aansprakelijke persoon jegens de verzekerde naar burgerlijk recht is gehouden.
2. Voorzover de geldswaarde van de in het eerste lid bedoelde verleende verstrekkingen niet kan worden vastgesteld, wordt deze bepaald op een geschat bedrag. Onze Minister kan hieromtrent nadere regels stellen.
3. Het College zorgverzekeringen kan met verzekeraars een overeenkomst sluiten inhoudende een door die verzekeraars aan het College zorgverzekeringen te betalen afkoopsom voor de voor de komende periode te verwachten schadelast tengevolge van de schadeplichtigheid van diens verzekerden ingevolge het eerste lid. De overeenkomst heeft geen betrekking op de schadelast van een ziekenfonds dat voor de aanvang van de onderhandelingen over de bedoelde overeenkomst aan het College zorgverzekeringen te kennen heeft gegeven van zijn bevoegdheid in het eerste lid gebruik te maken. Het College zorgverzekeringen stelt voor aanvang van de periode waarvoor een afkoopsom is overeengekomen, ziekenfondsen op de hoogte van de totstandkoming van bedoelde overeenkomst.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 5 december 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2517
- HR 1 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS6006
- HR 26 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0894
- HR 27 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ7832
- Conclusie A-G Spier 1 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS6006
- Conclusie A-G Wuisman 27 november 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ7832
- Conclusie A-G Hartkamp 26 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0894
- Conclusie A-G Hartkamp 26 september 1997, ECLI:NL:PHR:1997:49
- HR 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1074
- HR 11 april 1975, ECLI:NL:HR:1975:AC1932
- Hof Amsterdam 14 oktober 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BH1058
- Rb. Utrecht 4 oktober 2000, ECLI:NL:RBUTR:2000:4
- Rb. 's-Gravenhage 15 december 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:35254
- Rb. Maastricht 13 juli 2011, ECLI:NL:RBMAA:2011:BT8416
- Rb. Limburg 21 februari 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:851
- Rb. Arnhem 12 maart 2008, ECLI:NL:RBARN:2008:BC7701
- Rb. Arnhem 31 oktober 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:BB7461
- Rb. Arnhem 11 juni 2003, ECLI:NL:RBARN:2003:AH8899
- Rb. Arnhem 2 maart 2000, ECLI:NL:RBARN:2000:AA5264
- Rb. Amsterdam 11 oktober 2006, ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ0409