Rb. Arnhem 31 oktober 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:BB7461
Uitgangspunt in een zaak als de onderhavige - een regresvordering - is dat de billijkheidscorrectie doorgaans slechts tot een bijstelling van beperkte omvang van het resultaat van de causaliteitsafweging kan leiden. In geval van een kind van de leeftijd van minder dan 14 jaar kan een dergelijke bijstelling met name geboden zijn, indien juist het beperkte inzicht van het kind in het aan zijn gedragingen verbonden gevaar en het beperkte vermogen zich naar dat inzicht te gedragen in overwegende mate tot het ontstaan van de aanrijding hebben bijgedragen, en zonder bijstelling een resultaat zou ontstaan dat onvoldoende recht doet aan het feit dat juist door dit beperkte inzicht en vermogen aan het kind nauwelijks een verwijt van zijn gedragingen kan worden gemaakt, terwijl het falen van een beroep op overmacht aan de zijde van het motorrijtuig hier impliceert dat aan de bestuurder daarvan rechtens in elk geval enig verwijt valt te maken (HR 5 december 1997, NJ 1998, 400). Dit situatie doet zich hier voor.
De uitspraak op rechtspraak.nl