Art. 1 Uitvoeringswet genocideverdrag, Strafbepalingen
Uitvoeringswet genocideverdrag
1. Hij die met het oogmerk een nationale of etnische groep, een groep behorend tot een bepaald ras, dan wel een groep met een bepaalde godsdienst of levensovertuiging, geheel of gedeeltelijk, als zodanig te vernietigen, opzettelijk: wordt als schuldig aan genocide gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren of geldboete van de vijfde categorie.
1°. leden van de groep doodt;
2°. leden van de groep zwaar lichamelijk of geestelijk letsel toebrengt;
3°. aan de groep levensvoorwaarden oplegt die op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging zijn gericht;
4°. maatregelen neemt, welke tot doel hebben geboorten binnen de groep te voorkomen;
5°. kinderen van de groep gewelddadig overbrengt naar een andere groep
2. De samenspanning wordt gestraft gelijk de poging.
3. De uitdrukkingen samenspanning en zwaar lichamelijk letsel hebben in dit artikel dezelfde betekenis als in het Wetboek van Strafrecht.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 8 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC7418
- Hof 's-Gravenhage 9 mei 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:BA4676
- Rb. Den Haag 1 maart 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ4292
- Rb. 's-Gravenhage 23 december 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AV6353
- Rb. 's-Gravenhage 23 december 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AU8685
- Conclusie A-G Aben 6 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:117
- HR 12 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1230
- HR 21 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD6568
- Rb. 's-Gravenhage 24 juli 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB0494
- Rb. Den Haag 28 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:24334
- Hof 's-Gravenhage 17 december 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:BC0287