Art. 33 Wet op de Ruimtelijke Ordening, Herziening, intrekking en nadere voorschriften

Wet op de Ruimtelijke Ordening

1. Een structuurplan en een bestemmingsplan worden, onverminderd het bepaalde bij artikel 37, eerste en vierde lid, tenminste eenmaal in de tien jaren herzien.

2. Gedeputeerde staten kunnen op verzoek van de gemeenteraad voor ten hoogste tien jaren vrijstelling verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid.

3. Op de totstandkoming van het besluit tot vrijstelling is artikel 23, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.