Art. 9.1.2 Invoeringswet Wro, Overgangsrecht Wet op de Ruimtelijke Ordening – WRO
Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening (Invoeringswet Wro)
1. Een planologische kernbeslissing als bedoeld in artikel 2a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, een streekplan als bedoeld in artikel 4a van die wet, een structuurplan als bedoeld in artikel 7 van die wet of een regionaal structuurplan als bedoeld in artikel 36c van die wet wordt gelijkgesteld met een structuurvisie als bedoeld in de artikelen 2.3, 2.2, 2.1 onderscheidenlijk 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening.
2. Het recht zoals dat gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing ten aanzien van een planologische kernbeslissing als bedoeld in artikel 2a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, waarvan het ontwerp ter inzage is gelegd voor dat tijdstip, totdat de geldingsduur van de planologische kernbeslissing als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening of anderszins bij wet bepaald, is verstreken. Indien bij de planologische kernbeslissing geen termijn is bepaald en hierin evenmin bij wet is voorzien, blijft het recht zoals dat gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, nog gedurende twee jaar na dat tijdstip van toepassing.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op een herziening of intrekking van de planologische kernbeslissing binnen de in dat lid bedoelde geldingsduur.
4. Het recht zoals dat gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing ten aanzien van een streekplan als bedoeld in artikel 4a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, een structuurplan als bedoeld in artikel 7 van die wet of een regionaal structuurplan als bedoeld in artikel 36c van die wet, waarvan het ontwerp ter inzage is gelegd voor dat tijdstip, totdat de termijn ingevolge artikel 5, onderscheidenlijk artikel 33 of 36g van die wet is verstreken.
5. Regionale belangen, opgenomen in een regionaal structuurplan, worden voor de toepassing van artikel 4.2 van de Wet ruimtelijke ordening aangemerkt als provinciale belangen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 17 november 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO4217
- ABRvS 5 oktober 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BT6678
- ABRvS 30 juni 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM9710
- ABRvS 23 maart 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP8732
- ABRvS 21 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3727
- ABRvS 17 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY0409
- ABRvS 9 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP3674
- ABRvS 18 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:107
- ABRvS 27 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY7377
- ABRvS 27 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY7376
- ABRvS 26 september 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX8246
- ABRvS 29 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX5929
- ABRvS 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9581
- ABRvS 14 september 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BS8841
- ABRvS 15 juni 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ7948
- ABRvS 25 mei 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ5939
- ABRvS 2 maart 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP6361
- ABRvS 1 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO5747
- ABRvS 20 oktober 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO1180
- ABRvS 6 oktober 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN9547