Art. 2 WOG, Algemene bepalingen
Wet op de geneesmiddelenvoorziening (WOG)
1. Tot uitoefening der artsenijbereidkunst zijn bevoegd:
a. apothekers;
b. apotheekhoudende artsen, voor zoveel hun dat is toegestaan krachtens de artikelen 6 en 10;
c. apothekers-assistenten, gedurende de uitoefening hunner werkzaamheden in een apotheek, mits onder toezicht van een apotheker of van een apotheekhoudend arts;
d. in Nederland gevestigde personen, rechtspersonen daaronder begrepen, aan wie door Onze Minister vergunning is verleend, hetzij tot het bereiden van geneesmiddelen en het afleveren daarvan, hetzij uitsluitend tot het afleveren van geneesmiddelen. De vergunninghouder mag geneesmiddelen uitsluitend afleveren aan in Nederland gevestigde personen, rechtspersonen daaronder begrepen, die ingevolge deze wet geneesmiddelen mogen afleveren, alsmede aan ziekenhuizen en aan bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën van personen of instellingen met inachtneming van de bij of krachtens die maatregel gegeven voorschriften; hij mag niet over de toonbank verkopen noch open winkel houden. In het belang van de geneesmiddelenvoorziening kan een vergunning onder beperkingen worden verleend, kunnen aan de vergunning voorschriften worden verbonden en kunnen de aan een vergunning verbonden voorschriften worden gewijzigd. Onze Minister kan een vergunning weigeren, indien het belang van de volksgezondheid zulks vordert, en een vergunning intrekken, indien de vergunninghouder handelt in strijd met de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften, met de beperkingen waaronder de vergunning is verleend of met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
e. de in Nederland gevestigde personen, rechtspersonen daaronder begrepen, bedoeld in artikel 2f, voor zover hun dat krachtens dat artikel is toegestaan.
2. Het bepaalde in het eerste lid geldt onverminderd het bepaalde in artikel 4.
3. Aan personen, die niet bevoegd zijn tot uitoefening der artsenijbereidkunst, is het bereiden of het afleveren van geneesmiddelen verboden.
4. Tot het bereiden en afleveren van geneesmiddelen voor onderzoek zijn bevoegd: indien Onze Minister daartoe vergunning heeft verleend.
a. de apothekers die staan ingeschreven in het register van gevestigde apothekers, en
b. de in het eerste lid, onder d, eerste zin, bedoelde personen, rechtspersonen daaronder begrepen, die bevoegd zijn tot het bereiden en afleveren van geneesmiddelen,
5. Tot het uitsluitend afleveren van geneesmiddelen voor onderzoek zijn bevoegd de in het eerste lid, onder d, eerste zin, bedoelde personen, rechtspersonen daaronder begrepen, die bevoegd zijn tot het uitsluitend afleveren van geneesmiddelen die uit een andere staat dan een lidstaat van de Europese Unie zijn betrokken, indien Onze Minister daartoe vergunning heeft verleend.
6. Het is verboden om zonder vergunning van Onze Minister geneesmiddelen voor onderzoek te bereiden of af te leveren.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 27 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC1369
- HR 9 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:546
- HR 27 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC1370
- Hof Den Haag 26 april 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:637
- Conclusie A-G Spronken 13 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:118
- Hof 's-Hertogenbosch 6 oktober 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ9596
- Conclusie A-G Spronken 19 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:150
- HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2339
- Hof 's-Hertogenbosch 22 november 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:5853
- Hof Den Haag 16 september 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2989
- Rb. Utrecht 30 oktober 2007, ECLI:NL:RBUTR:2007:BB6901
- Rb. Utrecht 30 oktober 2007, ECLI:NL:RBUTR:2007:BB6870
- Rb. Alkmaar 7 december 2005, ECLI:NL:RBALK:2005:AU7519
- Conclusie A-G Wissink 8 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:242
- Conclusie A-G Bleichrodt 27 mei 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC1370
- HR 18 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4463
- Hof Amsterdam 31 augustus 2006, ECLI:NL:GHAMS:2006:AY7270
- ABRvS 28 april 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM2647
- ABRvS 20 maart 2000, ECLI:NL:RVS:2000:AA5604
- Rb. Zutphen 12 september 2006, ECLI:NL:RBZUT:2006:AY8129