Conclusie A-G Spronken 19 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:150
Nadere conclusie AG. Herziening. Art. 457 lid 1 Sv. Vervolg op ECLI:NL:PHR:2018:118 waarin de vraag is besproken of een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU C-358/13 en C-181/14, ECLI:EU:C:2014:2060) grond voor herziening van een strafrechtelijke veroordeling kan opleveren. Naar aanleiding van een recent arrest van het HvJ EU 24 oktober 2018 C-234/17 over een vergelijkbare vraag concludeert de AG dat het Unierecht er niet toe verplicht een strafrechtelijke veroordeling, die achteraf bezien in strijd is met de uitleg die het HvJ EU aan het Unierecht heeft gegeven, te herzien. Het advies aan de Hoge Raad is om de herzieningsaanvraag af te wijzen. Wel wordt geconstateerd dat de herzieningregeling in casu een lacune vertoont en aanbevolen dat de Hoge Raad de wetgever in overweging geeft de herzieningsregeling aan te passen.
De uitspraak op rechtspraak.nl