Art. 10a Uitv besl SW, Periodieke uitkeringen, vruchtgebruik, leegwaarderatio van verhuurde woningen en waarde van erfpachtcanon
Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956 (Uitv besl SW)
1. De waarde, bedoeld in artikel 21, achtste lid, van de Successiewet 1956, wordt gesteld op de op grond van artikel 21, vijfde en zesde lid, van de Successiewet 1956 in aanmerking te nemen waarde (WOZ-waarde) vermenigvuldigd met de leegwaarderatio.
2. Bij een voor het enkele gebruik van een woning verschuldigde jaarlijkse huur of pacht als percentage van de WOZ-waarde van:
3. De jaarlijkse huur of pacht, bedoeld in het tweede lid, wordt gesteld op twaalf maal de maandelijkse huur, onderscheidenlijk pacht, zoals die geldt aan het begin van de verhuurperiode, onderscheidenlijk verpachtingsperiode, in het kalenderjaar.
4. Indien de woning een gedeelte van een gebouwd eigendom is als bedoeld in artikel 16, onderdeel c, van de Wet waardering onroerende zaken, en niet als een afzonderlijke zaak vervreemd kan worden, wordt voor de toepassing van het eerste en het tweede lid de WOZ-waarde van die woning verlaagd met een bedrag van € 20 000.
5. Indien van een woning een gedeelte verhuurd is, wordt slechts de WOZ-waarde van dat deel vermenigvuldigd met de leegwaarderatio. Indien de WOZ-waarde van dat deel niet is vastgesteld, wordt deze bepaald door de totale WOZ-waarde van de woning te vermenigvuldigen met de verhuurde vierkante meters en te delen door de totale oppervlakte van de woning.
6. Indien de waarde, bedoeld in het eerste lid, ten minste 10% hoger is dan de waarde in het economische verkeer van de woning in verhuurde of verpachte staat op de waardepeildatum, bedoeld in artikel 18 van de Wet waardering onroerende zaken, wordt, in afwijking van het eerste lid, voor de toepassing van artikel 21, achtste lid, van de Successiewet 1956 uitgegaan van die waarde in het economische verkeer.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 23 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2135
- Rb. Den Haag 1 mei 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:5888
- Conclusie A-G Hammerstein 17 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2461
- Rb. Noord-Holland 5 maart 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:9773
- Rb. Noord-Holland 22 oktober 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:8341
- Rb. Den Haag 19 juni 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:8412
- Conclusie A-G Hammerstein 17 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2574
- HR 4 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:507