Art. 29 PSW
Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW)
1. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan desgevraagd in bijzondere gevallen van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2, 3, 3a, 5, eerste lid, 6, 6a, 8, eerste tot en met vierde, achtste en negende lid, 8b, 9b, tweede lid, 10b, eerste tot en met derde lid, 32a, onderdeel c, en artikel 32ba, eerste lid, onde rdeel f, ontheffing verlenen, indien die kamer van oordeel is, dat de belangen van de personen die betrokken zijn bij een pensioen- of spaarregeling voldoende gewaarborgd zijn. De ontheffing kan geen betrekking hebben op een verzoek om afkoop van pensioen of een aanspraak op pensioen, anders dan met het oog op verwerving van aanspraken op pensioen jegens een in het buitenland gevestigde instelling, en een verzoek om ontheffing van het voorschrift van gelijke behandeling wat betreft het verlenen van toeslagen.
2. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en daaraan kunnen voorschriften worden verbonden; zij kan voorts worden gewijzigd en ingetrokken.
3. De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt beleidsregels vast met betrekking tot het nemen van beslissingen ter zake van ontheffing en publiceert die regels in de Staatscourant.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Midden-Nederland 25 november 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:8275
- Rb. Rotterdam 25 februari 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BC5697
- Rb. Rotterdam 19 december 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AZ5989
- Rb. Rotterdam 3 oktober 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AZ0057
- Rb. Haarlem 12 augustus 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BR6286
- Conclusie A-G Keus 12 maart 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO1290
- Conclusie A-G Keus 12 maart 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO1289
- Hof 's-Hertogenbosch 10 oktober 2002, ECLI:NL:GHSHE:2002:AE9603
- Hof Amsterdam 9 december 1997, ECLI:NL:GHAMS:1997:AA4186
- CBb 29 mei 2001, ECLI:NL:CBB:2001:AB1983