Rb. Oost-Brabant 27 augustus 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6033
veroordeling voor feit 1: medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 33 van de Wet op de economische delicten (artikel 7 van de Wet op de economische delicten), begaan door een rechtspersoon en voor feit 2: medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 33 van de Wet op de economische delicten (artikel 29 van de Wet op de economische delicten), begaan door een rechtspersoon. De verdachte heeft met anderen opzettelijk in strijd gehandeld met twee rechterlijke bevelen. Opgelegd wordt een geldboete van EUR 10.000,-. Verweer niet-ontvankelijkheid OM wordt verworpen. De rechtbank legt aan de verdachte geen houdverbod op.
De uitspraak op rechtspraak.nl