Art. 17 WED, Van de opsporing
Wet op de economische delicten (WED)
1. Met de opsporing van economische delicten zijn belast:
1°. de bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen ambtenaren;
2°. de door Onze Minister van Veiligheid en Justitie, in overeenstemming met Onze andere Ministers, wie het aangaat, aangewezen ambtenaren;
3°. de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane.
2. Alle met de opsporing van economische delicten belaste ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de economische delicten, genoemd in de artikelen 26, 33 en 34.
3. Artikel 142, tweede en vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing op de in het eerste lid, onder 2° en 3°, bedoelde opsporingsambtenaren.
4. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onder 2°, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 11 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:738
- HR 9 maart 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9268
- Rb. Arnhem 12 april 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BQ5646
- Rb. Rotterdam 10 juli 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:5993
- Conclusie A-G Keulen 12 mei 2026, ECLI:NL:PHR:2026:719
- Conclusie A-G Leijten 26 januari 1993, ECLI:NL:PHR:1993:58
- Hof 's-Gravenhage 29 november 2006, ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ3631