Art. 7a WaW, Voorschriften inzake voedsel- en productveiligheid
1. Onze Minister kan op aanvraag een of meerdere instellingen aanwijzen, die bevoegd zijn tot het uitvoeren van door hem aan te wijzen werkzaamheden ingevolge bij of krachtens deze wet voorgeschreven keurings- of beoordelingsprocedures.
2. Een aangewezen instelling is bevoegd om met inachtneming van de door Onze Minister gegeven aanwijzingen, onderdelen van de door haar te verrichten werkzaamheden door anderen te doen verrichten.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gronden waarop de in het eerste lid bedoelde aanwijzing kan worden gegeven, geschorst, ingetrokken dan wel gewijzigd.
4. Aan een aanwijzing krachtens het eerste lid kunnen voorschriften worden verbonden.
5. Onze Minister kan voor de uitvoering van de in het eerste en tweede lid bedoelde werkzaamheden maximumtarieven vaststellen.
6. Op de ingevolge het eerste lid aangewezen instellingen is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen niet van toepassing, tenzij bij algemene maatregel van bestuur anders is bepaald.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 30 maart 2017, ECLI:NL:CBB:2017:115
- Rb. Rotterdam 15 oktober 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:7303
- Rb. Rotterdam 29 augustus 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:6515
- Rb. Rotterdam 18 september 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BX8186
- Rb. Rotterdam 23 juli 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BX2421
- CBb 24 september 2024, ECLI:NL:CBB:2024:648