Rb. Rotterdam 15 oktober 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:7303

De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat verweerder, gelet op het in artikel 19, eerste lid, aanhef en onder d, e en f, van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen neergelegde beoordelingskader, bij de beantwoording van de vraag of eiseres als AKI voldeed aan de aan haar te stellen eisen een zekere beoordelingsruimte toekomt. De rechtbank dient aldus de vraag te beantwoorden of verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiseres niet de beschikking had over voldoende deskundigheid en outillage om de uitvoering van de taken waarvoor zij is aangewezen naar behoren te kunnen vervullen, niet de beschikking had over een behoorlijke administratie waarin de gegevens die samenhangen met en betrekking hebben op de uitvoering van haar taken, op een systematische wijze zijn vastgelegd, of niet naar behoren heeft gefunctioneerd in de door verweerder in aanmerking genomen periode. Deze vraag beantwoordt de rechtbank bevestigend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken