Art. 2a Opw
1. Het is verboden een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst IA of een preparaat daarvan:
A. binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen;
B. te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren;
C. aanwezig te hebben;
D. te vervaardigen.
2. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:
a. een geneesmiddel waarvoor een handelsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet, of een geneesmiddel als bedoeld in artikel 40, derde lid, van die wet;
b. een fabrikant als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel mm, van de Geneesmiddelenwet of een groothandelaar als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel nn, van die wet;
c. een fabrikant of groothandelaar van werkzame stoffen die is geregistreerd als bedoeld in artikel 38 van de Geneesmiddelenwet;
d. een apotheker of huisarts die geneesmiddelen bereidt als bedoeld in artikel 40, derde lid, onder a, van de Geneesmiddelenwet;
e. een diergeneesmiddel waarvoor een vergunning is verleend voor het in de handel brengen krachtens artikel 2.19 van de Wet dieren;
f. een fabrikant aan wie krachtens artikel 2.19 van de Wet dieren een vergunning is verleend voor het vervaardigen van diergeneesmiddelen;
g. een groothandel aan wie krachtens artikel 2.19 van de Wet dieren een vergunning is verleend voor de handel van diergeneesmiddelen;
h. een geregistreerde stof genoemd in Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren (PbEU 2004, L 47);
i. een geregistreerde stof genoemd in de Bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad van 22 december 2004 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren (PbEU 2005, L 22); of
j. een middel als bedoeld in de artikelen 2 en 3.
3. Een wijziging van Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren (PbEU 2004, L 47) of de Bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad van 22 december 2004 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren (PbEU 2005, L 22) gaat voor toepassing van dit artikel gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Zeeland-West-Brabant 13 mei 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:4053
- Rb. Zeeland-West-Brabant 19 december 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:9179
- Rb. Rotterdam 15 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:8477
- Rb. Rotterdam 13 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:7193
- Rb. Rotterdam 15 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5306
- Rb. Rotterdam 6 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:3341
- Rb. Rotterdam 31 augustus 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:11072
- Rb. Overijssel 25 juni 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:3617
- Rb. Overijssel 12 maart 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:1520
- Rb. Overijssel 12 maart 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:1519
- Rb. Oost-Brabant 12 februari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:950
- Rb. Oost-Brabant 30 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4626
- Rb. Oost-Brabant 19 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4403
- Rb. Oost-Brabant 19 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4402
- Rb. Oost-Brabant 4 november 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:7138
- Rb. Noord-Nederland 22 september 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4272
- Rb. Noord-Nederland 22 september 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4269
- Rb. Noord-Nederland 11 juni 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:2240
- Rb. Noord-Holland 9 juli 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:8776
- Rb. Gelderland 9 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:924