Art. 491 Sv, Strafvordering in zaken betreffende personen die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. Onverminderd artikel 489, eerste lid, wijst het bestuur van de raad voor rechtsbijstand voor de verdachte die geen raadsman heeft, een raadsman aan, nadat hij er door het openbaar ministerie over in kennis is gesteld dat tegen de verdachte een vervolging, anders dan door een strafbeschikking, is aangevangen wegens een feit waarvan in eerste aanleg de rechtbank, niet zijnde de kantonrechter, kennis neemt. Artikel 40, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Indien de officier van justitie voornemens is om in een strafbeschikking ter zake van misdrijf een taakstraf als bedoeld in artikel 77f, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht op te leggen en deze meer dan twintig uren zal belopen, dan wel betalingsverplichtingen uit hoofde van geldboete en schadevergoedingsmaatregel, die afzonderlijk of gezamenlijk meer belopen dan € 115, roept deze de verdachte op om te worden gehoord. Voor de verdachte die geen raadsman heeft, wijst het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een raadsman aan, nadat hij door het openbaar ministerie over dit voornemen is ingelicht. Bij die oproeping wordt tevens medegedeeld dat de verdachte zich door een raadsman kan laten bijstaan.
3. Voor de veroordeelde die geen raadsman heeft, wijst het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een raadsman aan, indien de veroordeelde diens bijstand behoeft gelet op de aard van een krachtens de artikelen 6:6:3 of 6:6:37, in verband met artikel 6:6:4, derde lid, af te nemen verhoor.
4. De aanwijzing, bedoeld in het derde lid, geschiedt op last van de voorzitter van de rechtbank, onderscheidenlijk, wanneer hoger beroep is ingesteld tegen het eindvonnis in eerste aanleg, door de voorzitter van het gerechtshof.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Den Haag 22 december 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:14218
- Conclusie A-G Jörg 20 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AB1240
- Rb. Haarlem 1 juni 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ8214
- Rb. Den Haag 11 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:23874
- Conclusie A-G Sinnige 15 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:432
- Conclusie A-G Snijders 14 november 2025, ECLI:NL:PHR:2025:1251
- Conclusie A-G Knigge 25 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX4269
- Hof Arnhem 4 februari 2005, ECLI:NL:GHARN:2005:466