Art. 223 Sv, Het verhoor van den getuige
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. De rechter-commissaris beveelt het ontslag van den getuige uit de gijzeling, zoodra deze aan zijne verplichting heeft voldaan of zijne getuigenis niet meer noodig is.
2. De rechtbank kan te allen tijde, hetzij ambtshalve, hetzij op het verslag van den rechter-commissaris, op de vordering van den officier van justitie of op het verzoek van den getuige, diens ontslag uit de gijzeling bevelen. De getuige wordt gehoord, althans opgeroepen.
3. Ingeval zijn verzoek tot ontslag uit de gijzeling wordt afgewezen, staat den getuige binnen drie dagen na de beteekening der beschikking hooger beroep, en na afwijzing in hooger beroep, binnen gelijken termijn beroep in cassatie open. De artikelen 447-455 zijn van overeenkomstige toepassing.
4. In ieder geval gelast de officier van justitie het ontslag uit de gijzeling zodra het onderzoek door de rechter-commissaris is beëindigd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 23 mei 1921 (Elektriciteitsarrest), ECLI:NL:HR:1921:186
- HR 14 februari 1916 (Melk en water), ECLI:NL:HR:1916:BG9431
- HR 31 mei 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2748
- HR 19 juni 1911, ECLI:NL:HR:1911:1
- HR 19 november 1923, ECLI:NL:HR:1923:51
- HR 3 maart 1919, ECLI:NL:HR:1919:126
- Rb. Utrecht 4 oktober 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BX9153
- Rb. Oost-Brabant 28 juli 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:4626
- Rb. Oost-Brabant 28 juli 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:4625
- Rb. Midden-Nederland 2 juli 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:2653
- Rb. Amsterdam 5 juli 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:5415
- Conclusie A-G Spronken 27 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:943
- Conclusie A-G Knigge 26 augustus 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1791
- Conclusie A-G Vellinga 31 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS2748
- HR 28 oktober 1918, ECLI:NL:HR:1918:248
- HR 10 februari 1902, ECLI:NL:HR:1902:1