Rb. Amsterdam 5 juli 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:5415

Verzoek afgewezen. De kern van het verzoek betreft het feit dat de rechter-commissaris de verdediging niet heeft uitgenodigd voor (de voortzetting van) een getuigenverhoor hetgeen wel had gemoeten. De verdediging geeft het recht om bij alle verhoren aanwezig te zijn en de plicht van de rechter-commissaris de raadslieden van een verhoor tijdig in kennis te stellen. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nimmer grond kan vormen voor wraking en dat ook de motivering van een (tussen)beslissing geen grond kan vormen voor wraking, tenzij uit de bewoordingen van de motivering blijkt van vooringenomenheid (ECLI:NL:HR:2018:1413). De Wrakingskamer komt dan ook geen oordeel toe over de juistheid van de door de rechter genomen beslissingen, ook indien deze in strijd zouden zijn met een rechtsplicht. Dat oordeel is in zijn algemeenheid voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel is belast met de behandeling van de zaak. In het geval van een (tussen)beslissing van een rechter-commissaris geldt dat een oordeel hieromtrent (en daaraan gekoppeld wellicht de vraag of hieraan consequenties verbonden dienen te worden) is voorbehouden aan de zittingsrechter.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken