HR 8 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6421
Richtlijnen aanmelding, transactie en vervolging fiscale delicten en douanedelicten van 13 april 1993 (Stcrt. 1993,75). De HR stelt voorop dat uit § 1, derde alinea, volgt dat deze Richtlijnen alleen zien op door de "ambtenaren van de eenheden (...) ontdekte strafbare feiten” terwijl in het onderhavige geval de zaak aan het rollen is gebracht na een rechtshulpverzoek. Van een aanmelding als in de Richtlijnen kan dus geen sprake zijn geweest. Naar luid van de op twee na laatste alinea van § 3 van de Richtlijnen dienen deze "ertoe eenheid te brengen in de wijze van afdoen van zaken, meer in het bijzonder ten aanzien van de weging van de beslissingsfactoren die bepalen welke wijze van afdoen c.q. sanctioneren wordt gekozen, namelijk fiscaal of strafrechtelijk". In casu is de verdachte vervolgd voor strafbare feiten en niet ook voor feiten waarvoor een fiscaal-bestuurlijke boete kan worden opgelegd. Sanctionering van het aan de verdachte verweten gedrag kon dus alleen langs de strafrechtelijke weg geschieden. Daarbij was de vervolgingsbeslissing louter aan het OM en bestond zelfs niet de transactiebevoegdheid van het bestuur van 's Rijks belastingen als bedoeld in art. 76 AWR. Daarom zijn de Richtlijnen te dezen niet van toepassing. CAG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl