Art. 17 Tramwegreglement, Indienststelling van trekvoertuigen

Tramwegreglement

1. Trekvoertuigen worden niet in dienst gesteld dan na door de Minister te zijn onderzocht en geaccordeerd.

2. Ten bewijze van die akkoordverklaring strekt de in artikel 18 bedoelde akte van vergunning of de krachtens dat artikel verleende voorloopige vergunning.