HR 26 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ6180

OM-cassatie. 1. “In strijd met zijn plicht” ex art. 363 Sr. 2. Poging tot oplichting. Een milieu-inspecteur deelt aan betrokkene mee dat aan hem een dwangsom en/of boete is opgelegd (hetgeen in strijd is met de waarheid) maar dat hij, de milieu-inspecteur, tegen betaling kan zorgen voor intrekking van de dwangsombeschikking en/of boete en/of voor schoning van de administratie van de milieudienst. Ad 1. Het Hof heeft de tll aldus verstaan dat de bewoordingen die betrekking hebben op het intrekken van een dwangsombeschikking of van een boete van de OvJ en op het schonen van de administratie van de milieudienst, zijn bedoeld als een nadere omschrijving van het aan verdachte verweten handelen “in strijd met zijn plicht” a.b.i. art. 363.1.2º Sr. Die aan de feitenrechter voorbehouden uitleg is met de bewoordingen van de tll niet onverenigbaar zodat deze in cassatie moet worden geëerbiedigd. Ad 2. Voor bewezenverklaring van poging tot oplichting is beslissend of de tenlastegelegde gedragingen van verdachte kunnen worden beschouwd als naar hun uiterlijke verschijningsvorm te zijn gericht op voltooiing van het in de tenlastelegging genoemde misdrijf (HR LJN ZC8475). Dit heeft het Hof miskend. De omstandigheid dat het slachtoffer van meet af aan wist dat de door verdachte gedane mededelingen niet op waarheid berustten, staat op zich zelf aan het aannemen van een poging tot oplichting niet in de weg.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen