Art. 254 Sr, Seksuele misdrijven
1. De op het misdrijf gestelde gevangenisstraf kan met drie jaren worden verhoogd in de onder a tot en met e omschreven gevallen:
a. indien een in de artikelen 240 tot en met 253 omschreven feit wordt begaan door twee of meer verenigde personen; of
b. in geval van de artikelen 240 tot en met 243:
1°. indien het feit wordt begaan in de hoedanigheid van ambtenaar, waarmee wordt gelijkgesteld een persoon in de openbare dienst van een vreemde staat die in Nederland op door het volkenrecht toegelaten wijze zijn bediening uitoefent, jegens een persoon die aan het gezag van de schuldige is onderworpen of aan de waakzaamheid van de schuldige is toevertrouwd; of
2°. indien de schuldige werkzaam is in een penitentiaire inrichting, een instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden en of een instelling voor gezondheidszorg of maatschappelijke zorg en het feit wordt begaan jegens een persoon die aan het gezag van de schuldige is onderworpen of aan de waakzaamheid van de schuldige is toevertrouwd die in die inrichting of instelling is opgenomen of wordt behandeld; of
3°. indien de schuldige werkzaam is in de gezondheidszorg of de maatschappelijke zorg en het feit wordt begaan jegens een persoon die zich voor hulp of zorg tot de schuldige heeft gewend; of
c. indien van het begaan van één in de artikelen 245 tot en met 253a omschreven feiten een beroep of gewoonte wordt gemaakt; of
d. indien een in de artikelen 247 tot en met 250 en 251 tot en met 253 omschreven feit wordt begaan onder de in artikel 245, eerste lid, onder a of b, omschreven omstandigheden; of
e. indien een in de artikelen 247 tot en met 250 omschreven feit wordt begaan met een kind dat zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling.
2. De op het misdrijf gestelde gevangenisstraf kan met drie jaren worden verhoogd indien één van de in de artikelen 241, 243 en 245 tot en met 250 omschreven misdrijven zwaar lichamelijk letsel tot gevolg heeft of daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is.
3. Indien één van de in de artikelen 241, 243 en 245 tot en met 250 omschreven misdrijven de dood tot gevolg heeft, wordt levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof 's-Hertogenbosch 22 juni 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:2036
- Conclusie A-G Hofstee 24 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:195
- HR 30 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:1005
- Conclusie A-G Spronken 16 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:439
- Conclusie A-G Keulen 27 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:855
- Conclusie A-G Spronken 16 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:444
- Hof Den Haag 26 april 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2074
- Rb. Zeeland-West-Brabant 15 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8929
- Rb. Zeeland-West-Brabant 4 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8529
- Rb. Zeeland-West-Brabant 31 juli 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:7057
- Rb. Zeeland-West-Brabant 30 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:5780
- Rb. Zeeland-West-Brabant 22 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:5506
- Rb. Zeeland-West-Brabant 12 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:5185
- Rb. Zeeland-West-Brabant 7 mei 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:3795
- Rb. Zeeland-West-Brabant 22 april 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:3278
- Rb. Zeeland-West-Brabant 17 april 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:3133
- Rb. Zeeland-West-Brabant 10 april 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:2914
- Rb. Zeeland-West-Brabant 25 februari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1228
- Rb. Zeeland-West-Brabant 3 december 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:8515
- Rb. Zeeland-West-Brabant 24 oktober 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:7185