Rb. Zeeland-West-Brabant 15 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8929
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verwerven en in het bezit hebben van kinderporno, en het zich de toegang verschaffen daartoe, waarvan hij een gewoonte heeft gemaakt (artikelen 240b(oud), 252 en 254 Sr). Geen sprake van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv. Strafoplegging: een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl