Rb. Zeeland-West-Brabant 30 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:5780
Verdachte heeft zich gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan een gewoonte maken van het bezitten, verwerven en verspreiden van kinderpornografische beeldmateriaal. Ernst van de feiten, de duur daarvan en de persoon van verdachte rechtvaardigen een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest. Aan het voorwaardelijk deel worden de bijzondere voorwaarden verbonden, zoals door de reclassering geadviseerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl