Art. 110 Sr, Misdrijven tegen de koninklijke waardigheid

Wetboek van Strafrecht (Sr)

Elke feitelijke aanranding van de persoon van de echtgenoot van de Koning, van de vermoedelijke opvolger van de Koning, van diens echtgenoot, of van de Regent die niet valt in een zwaardere strafbepaling wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Uitspraken die dit artikel aanhalen