Art. 13f RO, Klachtbehandeling door de Hoge Raad
Wet op de rechterlijke organisatie (RO)
1. De Hoge Raad beoordeelt of degene op wiens gedraging het onderzoek betrekking heeft, zich in de onderzochte aangelegenheid al dan niet behoorlijk heeft gedragen. De Hoge Raad kan tevens beoordelen of het betrokken gerechtsbestuur zich al dan niet behoorlijk heeft gedragen.
2. De Hoge Raad neemt een schriftelijke en met redenen omklede beslissing.
3. Een afschrift van de beslissing wordt gezonden aan de verzoeker, aan de rechterlijk ambtenaar op wiens gedraging het onderzoek betrekking had, en aan het betrokken gerechtsbestuur dan wel, indien het onderzoek betrekking had op een gedraging van een bij de Hoge Raad werkzame rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, de president van de Hoge Raad.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:511
- HR 6 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3450
- HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1188
- Conclusie 21 juli 2023, ECLI:NL:PHR:2023:823
- Conclusie 8 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1529
- HR 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:509
- HR 30 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2197
- HR 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:510
- Conclusie A-G de Lange-Tegelaar 30 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1339
- Conclusie 6 maart 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ3450
- Conclusie 8 oktober 2013, ECLI:NL:PHR:2013:2666
- Conclusie 8 oktober 2013, ECLI:NL:PHR:2013:2665
- Conclusie 8 oktober 2013, ECLI:NL:PHR:2013:2664